Hoe zet je een ergocoach in op het gebied van ergonomisch werkplekadvies?

Een goede ergocoach in actie

In tegenstelling tot de preventiemedewerker, is de ergocoach geen wettelijk verplichte functie. Het is een opgeleide collega die op de werkvloer collega’s helpt “goed te zitten”. Je vindt ze vaak vooral in organisaties met veel beeldschermwerkers, zoals kantoren en klantcontactcentra.

Veel van mijn klanten hebben een ergocoach, en ik ben er blij mee omdat ze de “ogen en oren” zijn die ik niet kan zijn, omdat ik niet dagelijks op het kantoor van mijn klanten ben. Ergocoaches kunnen veel waarde toevoegen. Maar niet overal, en niet voor iedereen.

Wat doet een ergocoach?

Een ergocoach heeft meestal een korte, praktijkgerichte training gevolgd (geen medische of ergonomische vakopleiding) en fungeert als laagdrempelig aanspreekpunt op de afdeling. De belangrijkste taken:

  • Signaleert opvallende houdings- en instellingsproblemen op de werkvloer. Bijvoorbeeld een scherm dat te laag staat, een stoel die nooit is versteld.
  • Helpt collega’s met het zelf instellen van bureau, stoel en beeldscherm.
  • Geeft korte, praktische tips over gezond zitten, staan en bewegen tijdens het werk.
  • Is het eerste aanspreekpunt bij vragen over de werkplek, zonder dat daar een afspraak voor nodig is.
  • Verwijst door naar een ergonoom zodra een vraag of klacht buiten zijn of haar kennis valt.

Een ergocoach is nuttig!

Het grote voordeel van een ergocoach is de continue aanwezigheid op de werkvloer. Waar een ergonomisch bedrijfsbezoek meestal jaarlijks plaatsvindt bij mijn klanten, loopt de ergocoach elke dag rond. Kleine problemen worden zo sneller gezien en opgelost, nog voordat ze tot klachten leiden. Daarnaast werkt het aanstekelijk: als één collega de werkplek goed instelt, volgen de anderen vaak vanzelf. Dat maakt een ergocoach een waardevolle aanvulling op een eenmalig werkplekonderzoek.

Zet een ergocoach alleen in op kantoor

Ik raad klanten met klem af een ergocoach in te zetten voor de thuiswerkplek. Op kantoor kan de ergocoach fysiek meekijken, meten en aanpassen. Bij een thuiswerkplek ontbreekt dat zicht volledig – en bijna elke thuissituatie is weer volledig anders. De opleiding richt zich op een werkplek waarbij stoel en tafel af te stellen zijn.

Dat verschil is te groot om met een korte training te overzien. Bovendien ligt de Arbo-verantwoordelijkheid bij thuiswerken net iets anders dan op kantoor, wat vraagt om een gerichtere aanpak. Voor thuiswerkers kun je beter kiezen voor een online werkplekcheck (wat ook weer echt een vak apart is – en meestal geen onderdeel van de cursus).

Collega’s met klachten? Laat het over aan expert.

Pijn in nek, schouders of rug, of terugkerende RSI-achtige klachten? De ergocoach kan problemen signaleren, maar heeft geen medische vakopleiding en kan onmogelijk beoordelen wat de onderliggende oorzaak is of welk maatwerk nodig is. Daar is gespecialiseerde kennis voor nodig van een goed opgeleide ergonoom of ergotherapeut.

Conclusie

Een ergocoach is sterk in signaleren, stimuleren en laagdrempelig helpen – op kantoor, bij collega’s zonder klachten. Zodra het gaat om thuiswerkplekken of om daadwerkelijke klachten, is meer specialistische kennis nodig dan een ergocoach kan bieden. Wie beide rollen goed naast elkaar zet – de ergocoach voor de dagelijkse praktijk, een specialist voor de uitzonderingen – haalt het meeste uit een ergonomisch werkplekbeleid.

Wil je een ergocoach trainen of inzetten binnen jouw kantoor, of twijfel je waar de grens ligt in jullie situatie? Ik denk graag vrijblijvend mee over de rol van de ergocoach in jullie organisatie.

Geef een reactie